De EU heeft veel cirkels om te kwadreren voordat ze een uniforme belasting kan heffen op online kansspel en toch stelt juridisch expert Claire Pinson-Bessonnet dat het proces zelf een broodnodig debat zou kunnen openen over een industrie die veel te lang aan de zijlijn van de EU-beleidsvorming is gebleven.
De Europese Unie (EU) heeft tientallen jaren een interne markt ontwikkeld en tegelijkertijd één fundamentele online en grensoverschrijdende sector verlaten, grotendeels buiten haar politieke opdracht online kansspel.
Een sector met een hoog risico en een massamarkt is grotendeels aan de zijlijn van vergunningverlening, gemeenschappelijke regels, bindende normen, geüniformeerde handhavingspraktijken en machtiging van de economische ruimte gebleven.
Nationale autonomie wordt overgelaten aan de beoordelingsvrijheid van 27 lidstaten, waarbij elk een individuele benadering hanteert voor het besturen van kansspelsectoren die heeft geleid tot gefragmenteerde technologiestapels, kernplatforms, compliance en oplossingen voor klantenservice.
Het toepassen van deze zelfde voorwaarde op de sectoren met een hoog risico van online bankieren, verzekeringen, betalingen en meer recent fintech zou ondenkbaar zijn, met klanten, technologie, betalingen en exploitanten die routinematig grenzen overschrijden in deze sectoren ook.
Een ongemakkelijke schikking wordt nu getest door een zenuwslopend argument dat ogenschijnlijk is op het gebied van belastingheffing een dynamisch Europees kansspel kan zich niet verbergen voor.
Tegen het einde van het jaar zijn de lidstaten van de EU van plan om zich te vestigen op de voorwaarden van het meerjarig financieel kader (MFK) voor de begrotingscyclus 2028-2034.
De beleidsmakers van de EU beraadslagen of online gokken moet worden gedwongen om een nieuwe bron van inkomsten te bieden voor de EU en haar doelstelling van een begroting van € 2 trn om de toekomstige economische en sociale uitdagingen van het blok te financieren.
Toch moet dit debat door alle belanghebbenden uit de industrie worden nageleefd, aangezien de vastberadenheid en adviezen van de EU gevolgen zullen hebben die veel verder gaan dan een huidige fixatie op de belasting- en kostencontroles.
De opmerkingen zijn afkomstig van Claire Pinson-Bessonnet, Europees kansspel juridisch expert en oprichter van het Franse advocatenkantoor CPB Avocats, die SBC haar eerste beoordeling geeft of de voorgestelde belasting “Euro-tax” een onwaarschijnlijke eerste stap zou kunnen worden in de richting van harmonisatie van Europa, de steeds gefragmenteerde iGaming-markt.
Voor Pinson-Bessonnet zou het belastingdebat Europa blootstellen aan complexe scenario’s, met name hoe de reikwijdte van een mogelijke nieuwe eigen bron van de EU op het gebied van online kansspel (welke kansspelactiviteiten het zou omvatten), en hoe een geharmoniseerde belastinggrondslag of zelfs een levensvatbaar belastingtarief kan worden vastgesteld.
Het debat wordt gepresenteerd als een over een mogelijke nieuwe eigen bron voor de EU, maar de juridische stappen die nodig zijn om die bron te creëren, kunnen een veel bredere vraag oproepen voor regulering, legt Pinson-Bessonnet uit.
Voordat de lidstaten kunnen beslissen hoe een EU-kansspelbijdrage moet worden berekend, moeten ze het eerst eens worden over wat er precies wordt belast. Dat betekent het overeenkomen van definities, activiteiten en een geharmoniseerde belastinggrondslag die vandaag gewoon niet op Europees niveau bestaan.
Het Europees Parlement heeft zelf de tegenstrijdigheid vastgesteld. In maart beschreef een partij overschrijdende groep van leden van het Europees Parlement kansspel en weddenschappen als een steeds meer digitale en grensoverschrijdende sector die profiteert van de interne markt en de digitale infrastructuur van de EU, terwijl ze opmerkte dat nationale regelgeving en belastingkaders gefragmenteerd blijven.
Voor Pinson-Bessonnet maakt dit een voorstel voor een vakbondsbelasting belangrijker dan de hoofdvraag of kansspelbedrijven een vast inkomen moeten bijdragen aan de Europese begroting.
De interessante vraag is dan ook of belastingheffing de route wordt waardoor harmonisatie terugkeert naar het Europese kansspeldebat, zegt ze.
Het zou niet neerkomen op harmonisatie van de kansspelsector als geheel, maar het zou de lidstaten verplichten om gemeenschappelijke concepten overeen te komen waar ze eerder hun eigen nationale benaderingen hebben behouden.
Fiscale gevoeligheden van Budget 2028
De onmiddellijke achtergrond is de onderhandelingen over de volgende begroting voor zeven jaar van de EU.
Artikel 311 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie staat de Raad toe, met eenparigheid van stemmen na raadpleging van het Europees Parlement, om nieuwe categorieën van eigen middelen vast te stellen.
Op het eerste gezicht lijkt een EU-kansspel bijdrage daarom één politiek besluit te vereisen: unanieme overeenkomst tussen de lidstaten om vanaf 2028 kansspelen als bron van EU-inkomsten vast te stellen.
Toch benadrukt Pinson-Bessonnet dat het mechanisme aanzienlijk ingewikkelder is en de analyse van het EU-Parlement van dergelijke potentiële nieuwe middelen heeft het gepositioneerd als gedekt door gemeenschappelijk EU-beleid, waarbij een EU-belasting wordt gevormd, die door de lidstaten wordt geheven en geïnd.

Het Parlement concludeerde dat een online kansspelbelasting bepaalde harmonisatie via een EU-richtlijn zou vereisen. De voorwaarde vereist dat voldaan wordt voordat een tweede fase van de regeling voor het delen van inkomsten kan worden vastgesteld om de belasting als een besluit voor eigen middelen te verklaren.
De Europese Commissie heeft vervolgens verschillende mogelijke modellen onderzocht.
Een heffing zou kunnen worden berekend tegen de bruto gaming-inkomsten (GGR) van exploitanten, de gokomzet of indirect tegen spelers via inzet of een andere maatregel die verband houdt met berekende inzet.
Het toepassingsgebied van een mogelijke nieuwe eigen bron van de EU zou ofwel alle online gokactiviteiten kunnen omvatten onder één enkele generieke definitie, inclusief weddenschappen en gaming of een subset van specifieke activiteiten (sportweddenschappen, gaming, casino’s, bingo, poker, enz.).
Ook, volgens de Europese Commissie, een belangrijke dimensie voor overweging zou zijn of ook land-based kansspel op te nemen in het toepassingsgebied van dergelijke nieuwe eigen middelen.
Een duidelijk punt van complexiteit is dat het toepassingsgebied van gelicentieerde activiteiten verschillend is op de nationale markten van de EU, merkt Pinson-Bessonnet op en dit zijn geen kleine technische keuzes, omdat elke optie de lidstaten verplicht om te beslissen welke activiteiten binnen het toepassingsgebied van een nieuwe eigen bron van de EU zouden vallen en of dezelfde concepten consistent kunnen worden toegepast op 27 nationale markten.
Die onzekerheid raakt de kern van het probleem, zoals juridische waarnemers zullen opmerken – Europa heeft geen enkele kansspelbelastinggrondslag omdat het geen enkele Europese opvatting heeft over hoe kansspel moet worden belast.
iGaming vraagt om harmonisatie vóór belasting
De beoordeling van de Commissie is op dit punt expliciet. Betalingen voor eigen middelen moeten op geharmoniseerde wijze worden gedefinieerd om een gelijke behandeling in de hele Unie te garanderen.
Toch, zoals de Commissie erkent, er is geen geharmoniseerde definitie van online gokken activiteiten evenals geen EU-wetgeving voor online kansspel en zij concludeert dan ook dat overeenstemming over een geharmoniseerde draagwijdte en belastinggrondslag een voorwaarde zou zijn voor de invoering van de middelen.
Zelfs iets dat zo fundamenteel is voor de rapportage van de industrie als GGR, ontbreekt aan een EU-brede bindende wettelijke definitie.
Voor Pinson-Bessonnet begint daar een debat over belastingheffing een veel bredere betekenis te krijgen.
Als de EU een gemeenschappelijke kansspelbron wil, heeft ze een gemeenschappelijke basis nodig om deze te berekenen legt ze uit. Je kunt niet zorgen voor een gelijke behandeling tussen de lidstaten als het ene rechtsgebied de belastbare activiteit anders definieert dan de andere.
Het gevolg is dat enige harmonisatie vóór de belasting moet komen en de lidstaten zouden het eerst eens moeten worden over het toepassingsgebied van de activiteit en de belastinggrondslag voordat een EU-oproeptarief zou kunnen worden toegepast.
De Commissie identificeert twee mogelijke verdragsroutes om dit te bereiken.
Artikel 113 VWEU betreft de harmonisatie van de omzetbelasting, accijnzen en andere vormen van indirecte belastingen, indien nodig voor de interne markt.
Artikel 115 staat richtlijnen toe die de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen benaderen die rechtstreeks van invloed zijn op de totstandbrenging of de werking van de interne markt.
De Commissie stelt dat een van beide routes eenparigheid van stemmen vereist, en Pinson-Bessonnet is van mening dat het onderscheid politiek belangrijk is.
Artikel 113 zou een relatief duidelijke boodschap afgeven dat de doelstelling fiscale harmonisatie is, zegt ze. Artikel 115 draagt mogelijk een andere boodschap in zich, omdat de onderlinge aanpassing van de nationale wetgeving vragen zou kunnen oproepen die verder reiken dan de belastingheffing zelf.
Dat betekent niet dat een EU-kansspelbelasting automatisch geharmoniseerde kansspelregulering zou opleveren. Maar de gekozen rechtsgrondslag is van belang omdat het zou aangeven hoe diep de lidstaten kunnen worden gevraagd om hun nationale systemen op elkaar af te stemmen.
Unanimiteit in het kwadraat
Er is nog een obstakel dat het voorstel aanzienlijk moeilijker maakt dan de uitdrukking EU-kansspelbelasting suggereert.
Het mechanisme kan effectief twee keer eenparigheid vereisen.
Ten eerste zouden de lidstaten de sectorale wetgeving tot vaststelling van de geharmoniseerde definities en belastinggrondslag moeten goedkeuren.
Vervolgens zou het besluit over de eigen middelen het EU-oproeppercentage vaststellen dat is toegepast op die geharmoniseerde grondslag in het kader van A-artikel 311 VWEU — opnieuw eenparigheid van stemmen vereisen, gevolgd door goedkeuring door de lidstaten volgens hun grondwettelijke vereisten.
Het is belangrijk om te begrijpen dat dit niet simpelweg 27 regeringen zijn die beslissen of ze een belasting willen, zegt Pinson-Bessonnet.
Ze zouden het eerst unaniem eens moeten worden over de gemeenschappelijke regels die een dergelijke belasting mogelijk maken. Ze zouden het dan unaniem eens moeten worden over de eigen middelen zelf. Politiek gezien zijn dit twee verschillende hindernissen.
Voor regeringen die gewend zijn om kansspel te bewaken als een gebied van nationale bevoegdheid, kan de eerste hindernis net zo omstreden blijken als de tweede.
Een lidstaat zou niet alleen instemmen met het bijdragen van van kansspelen afgeleide inkomsten aan Brussel. Het zou ook een gemeenschappelijke Europese methodologie kunnen aanvaarden voor het definiëren en berekenen van de onderliggende activiteit.
Dit is waar de discussie interessant wordt vanuit een harmonisatieperspectief, voegt Pinson-Bessonnet eraan toe en zodra de lidstaten gemeenschappelijke definities voor de fiscaliteit beginnen overeen te komen, wordt de vraag of die definities louter fiscaal blijven of elders relevant zijn in het kansspelbeleid.
Malta blijft een paradox
De politiek wordt verder bemoeilijkt door de omkering van traditionele standpunten over Europees gokken.
Rechtsgebieden zoals Malta pleitten historisch gezien voor een grotere erkenning van de grensoverschrijdende kenmerken van online gokken en beginselen van de interne markt.
Toch zouden landen met gevestigde vergunningenstelsels en omvangrijke kansspelsectoren nu tot de meest voorzichtige kunnen blijken te zijn van een harmonisatie-uitoefening waarvan de hoofddoelstelling het genereren van extra inkomsten in de EU is.
Een lidstaat kan in de ene context een grotere Europese coördinatie ondersteunen en zich er in een andere context tegen verzetten. De betrokken belangen zijn verschillend wanneer harmonisatie bepaalt hoe inkomsten worden geïnd, merkt Pinson-Bessonnet op.
Om die reden waarschuwt ze ervoor om de huidige discussies niet te interpreteren als bewijs dat Europa plotseling een politieke consensus voor kansspelharmonisatie heeft ontwikkeld omdat het niet zeker is dat het harmonisatieonderwerp overal politiek volwassen is.
Wat is veranderd, is dat de belastingheffing een praktische reden heeft gecreëerd voor Brussel en de nationale regeringen om vragen van gemeenschappelijke definities die voorheen moeilijk op te lossen zijn gebleken, opnieuw te bekijken.
Zwarte Marktgriezel
Ook is er een ongemakkelijke vraag over wie uiteindelijk betaalt.
De gereglementeerde kansspelmarkten in Europa hebben al te maken met concurrentie van offshore-exploitanten die niet de belasting-, licentie- en nalevingskosten hebben die worden opgelegd aan lokaal geautoriseerde bedrijven.
De Commissie erkent zelf dat controles bijzondere aandacht zouden vereisen vanwege de aanwezigheid van illegale exploitanten en het werkdocument citeert schattingen die suggereren dat ongereguleerde bedrijven op sommige markten aanzienlijke delen van de kansspelactiviteit vastleggen.
Voor Pinson-Bessonnet zou elke discussie over een andere belastinglaag daarom de handhaving aanpakken.
Een fiscaal initiatief op EU-niveau zou extra arbitrages nodig hebben, bijvoorbeeld aanvullende maatregelen om te voorkomen dat conforme actoren extra kosten dragen, terwijl illegale niet zouden worden beïnvloed of zelfs bevoordeeld zouden blijven, zegt ze.
Dat zou Brussel in een andere ongemakkelijke discussie kunnen dwingen.
Als de EU een gemeenschappelijk economisch belang stelt bij het innen van kansspelen, kan de druk toenemen voor meer gestructureerde samenwerking bij het identificeren van illegale exploitanten, betalingen, reclame en handhaving.
Het Parlement heeft gefragmenteerde nationale kaders al in verband gebracht met moeilijkheden bij het nemen van gecoördineerde actie tegen illegale en niet-gelicentieerde exploitanten.
Een belastingdiscussie kan daarom snel een handhavingsdiscussie worden, stelt Pinson-Bessonnet.
Een deur staat open
Voorlopig blijft een Europese kansspelbelasting eerder een optie dan een vast beleid.
Wat nog belangrijker is, Pinson-Bessonnet beschouwt het voorstel niet als bewijs dat Europese harmonisatie onvermijdelijk is.
Het belang ligt in plaats daarvan in wat er zou moeten gebeuren voordat een dergelijke heffing effectief zou kunnen worden.
Europa heeft momenteel geen gemeenschappelijke definitie van GGR, geen gemeenschappelijke kansspelbelastingbasis en verschillende kansspelbelastingtarieven die van toepassing zijn op online l-kansspelproducten.
Pogingen tot bredere harmonisatie zijn herhaaldelijk de vastberadenheid van de lidstaten tegengekomen om de nationale controle te behouden.
Een euro belasting zou niet plotseling een enkele Europese kansspelmarkt creëren en evenmin zou overeenstemming over een belastinggrondslag automatisch de vergunningverlening, reclame, consumentenbescherming of handhaving harmoniseren.
Maar het zou een aanzienlijk precedent kunnen scheppen.
Vanuit juridisch en politiek perspectief zou het overeenkomen van definities en een belastinggrondslag voor een specifiek fiscaal doel betekenen dat lidstaten een gemeenschappelijk Europees kader accepteren in een ruimte waar gemeenschappelijke regels historisch uiterst beperkt zijn geweest, concludeert Pinson-Bessonnet.
Daarom verdient het eigenmiddelen debat aandacht buiten de belastingheffing. De vraag is niet alleen of Europa online kansspel zal belasten om de EU-begroting te financieren. Het is de vraag of er een politieke wil is onder de EU-lidstaten om een belasting te creëren die ertoe zou leiden dat ze collectief online gokken definiëren.
Wat begint als een argument over hoe Brussel zijn rekeningen betaalt, zou daarom een veel oudere vraag voor de industrie kunnen doen herleven: als iGaming steeds meer digitaal en grensoverschrijdend is, hoe lang kan Europa dan 27 nationale benaderingen handhaven zonder ofwel een kader — of zelfs een routekaart — voor harmonisatie?
Exclusive available , Regulated and Legal: ** AUT.BET – MLT.BET – GER.BET – FRA.BET – POR.BET **



